Zomer
De velden liggen groen en wijd
Tot ver in de oneindigheid
In zomerzon te stoven.
Een zachte windvlaag, lijkt een zucht
Geen wolkje aan de hete lucht
Kan regen ons beloven.
Wat koeien suffen lui en loom,
In schaduw van de enkele boom,
Naast ’t kleine boerderijtje.
De ganzen, anders zo actief
En waakzaam,wagg’len onsportief
En sukk’lend op een rijtje.
En onder aan de smalle dijk
Staat met zijn leeftijd trots te kijk
De molen…Hollands glorie…
De kippen hokken op een kluit,
Alleen een haan kraait schel en luid
Zijn langgerekt victorie.
De schoonheid van die stilte en rust
Geeft ons weer nieuwe levenslust,
Stemt ons tot dank en denken…
Zo’n zomerdag vol zon en licht,
Zo’n wijd, echt Hollands vergezicht,
Kan troost en vrede schenken.
|
/scannen0003 gec..jpg)
|
/scannen0002 gec..jpg) |
Een kastanjetak
'k Heb een tak in een glas water
Voor mij op de tafel staan
En daar zitten dikke, bruine,
Kleverige knoppen aan.
In de kamer brandt de kachel
Door de warmte van het vuur
Gaan de knoppen langzaam open,
't Mooiste wonder der natuur.
Kleine, spitse, groen puntjes,
Opgerold en stevig dicht,
Werken zich met kracht naar boven,
Uit het duister naar het licht.
't Worden zachte,donzen blaadjes
Aan een fijn behaarde steel,
Schuchter plooien zij zich open;
Waaiertjes van groen fluweel.
En ik zie ze groeien, groeien,
Elke dag opnieuw een stuk,
’t Simpele kastanjetakje
Schenkt een diep en stil geluk. |
Herfst
Het is zo stil, geen blaadje beeft
Of ritselt heen en weer,
Een sprookjesboom in 't toverwoud
Zo wonderlijk en teer.
In ieder blaadje ligt een schat
Van zonnelicht vergaard,
Door de hele zomer door
Gedurig opgespaard.
Nu staat het boompje als een toorts
En spreidt zijn gouden gloed,
Totdat de eerste najaarsstorm
Die luister dove doet.
|
/scannen0004 gec..jpg) |
/scannen0001 gec..jpg) |
Najaar
Goud getinte draden weven
Zich door 't bos, van tak tot tak,
Hel beschenen paden gloren
Door het dunnend bladerdak.
Glanzend lichte zonnestralen,
Zoeken zich hun weg omlaag,
Geven, als in sprookjesboeken,
Ieder blad, een gouden kraag.
Licht en duister spelen samen
In een levend aquarel,
Vol van lijn, van kleur en luister,
Er hun wiss'lend schaduwspel.
En te midden daarvan mijmert
Stil, de wijde vijverplas,
Glinst'rend in kristalgeflonker,
Tussen 't donker struikgewas,
En miljoenen droppels blinken
In het kleurig zonnegoud,
En de lucht, die tintelt geurig....
Het is najaar in het woud!
Najaar, wonder van het leven,
Gaan en komen altijd maar....
Zon en schaduw, die doorweven
Ook ons leven, jaar op jaar. |
Herfst
Een eenzaam berkenboompje staat.
In ’t donk’re dennenwoud.
De stam van glanzend zilver draagt
Een kroon van geel en goud.
Het is zo stil, geen blaadje beeft
Of ritselt heen en weer,
Een sprookjesboom in ’t toverwoud
Zo wonderlijk en teer.
In ieder blaadje ligt een schat
Van zonnelicht vergaard,
Door de hele zomer door
Gedurig opgespaard.
Nu staat het boompje als een toorts
En spreidt zijn gouden gloed,
Totdat de eerste najaarsstorm
Die luister dove doet.
|
/scannen0006 gec..jpg) |
/scannen0023 gec..jpg) |
Oktober
Het zijn de gouden dagen van Oktober,
wanneer het zonnelicht, laag en gezeefd,
in schuine strepen door het ijle lover
en langs de hoge, rechte stammen beeft.
Wanneer uitbundig de chrysanten bloeien
van stralend geel tot diep oranjebruin.
En late rozen hier en daar nog kleuren
in luwe hoekjes van een stille tuin.
Wanneer de vogels zich verzamelen en trekken
hoog aan de hemel, in gesloten vlucht,
en daarvandaan de aarde nog doen delen
in hun opwindend vleugelengerucht.
Het zijn de gouden dagen van Oktober,
Wanneer het hart niet zoekt en niet begeert,
maar zich in diepe, zuivere vervoering
naar dit betoverende afscheid keert. |
Bloesemboompje
In ’t stadsplantsoentje staat een boom,
een wazig witte lentedroom
van half ontloken knoppen.
’t Is in de luwe maand April,
geen enkel bloesemblaadje wil
zich langer meer verstoppen.
Ze streven vol verlangen naar
het zonlicht, mild en wonderbaar,
de tere hulsels breken.
Zo’n bloesemboompje uit de knop
is een geheimenis, waarop
je nooit komt uitgekeken. |

|
 |
Bonte Lente
Achter onze blonde duinen
waart de blijde lente rond,
in een kleed met bonte strepen
sierlijk slepend langs de grond.
En de frisse, felle kleuren
van die mooie feestjapon
blinkend vriendelijk en vrolijk
in het schijnsel van de zon.
Heel diep roze, blauw, oranje,
lila, donkerpaars en geel.
Al die kleuren vormen samen
een betoverend geheel.
Vele mensen komen kijken
naar die mooie lentebruid,
en zij laat zich graag bewonderen
als een echte ijdeltuit.
En degene die haar zagen
zeggen dankbaar tot elkaar:
Echt, de bollenvelden waren
weer de moeite waard dit jaar! |
| |
|