Reclame
In de middeleeuwen had men stadsomroepers en uithangborden. Toen in de zestiende eeuw de eerste kranten verschenen ontstonden de eerste advertenties.
![]() |
![]() |
In het laatste kwart van de 19e eeuw komt in Nederland de moderne massareclame tot ontwikkeling. Fabrikanten beseffen dat lokale mond-tot-mondreclame niet meer volstaat en dat de spreuk ‘goede wijn behoeft geen krans’ aan geldigheid verliest. Concurrentie, herkenbaarheid van de waren en distributie op grotere schaal noodzaken tot een nieuwe manier van reclame maken. Bovendien moet de consument met veel zaken nog vertrouwd worden gemaakt. In Rotterdam (Nijgh & Van Ditmar, 1846) en in Amsterdam (DelaMar, 1880) vestigen zich de advertentiebureaus. Deze bureaus beperken zich niet meer tot het regelen van de plaatsing van de advertenties, maar adviseren ook over tekst, opmaak en keuze van de media. Reclame is ook steeds meer aanwezig in het stadsbeeld. Schuttingen en reclamezuilen hangen vol met affiches en aankondigingen voor Sunlightzeep, Van Houten-chocola, Singer-naaimachines, Hima-rijwielen, Verkade-beschuit, Philips-lampen, Van Nelle-koffie of voor Spijker-auto’s, maar ook voor tal van revue-, toneel- en muziekuitvoeringen. Regelmatig zijn de affiches gemaakt door kunstschilders en uitgevoerd in een decoratieve stijl.
![]() |
![]() |
Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) is Nederland neutraal. De omzetten dalen, maar er resteert nog voldoende handel en bedrijvigheid om reclame voor te maken. Het is zelfs de tijd waarin de branche zich meer gaat organiseren en professioneler gaat werken. De eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) heerst er schaarste op allerlei gebied. Veel is nog op de bon. Ook voor de reclame zijn het moeilijke tijden. Adverteren in kranten is wegens papiertekort beperkt. Ter besparing van energie is lichtreclame verboden en mogen etalages na half negen ‘s avonds niet verlicht zijn. In 1948 gaat het beter met de economie en kan er meer reclame gemaakt worden. Vooral reclame voor merkartikelen neemt een grote vlucht, niet in de laatste plaats door de opkomst van zelfbedieningswinkels. De reclame wordt gemaakt door tal van nieuwe reclamebureaus. Een andere uiting van de tijdgeest is de ophef in 1958 rond het boek 'De Verborgen Verleiders' van de Amerikaan Vance Packard. De auteur betoogt daarin dat reclamemakers de consument met geraffineerde psychologische methoden zonder morele beperkingen trachten te verleiden tot het doen van aankopen; het publiek wordt gemanipuleerd. Packard’s kritiek op de reclamemakers en ondernemingen wordt door velen gedeeld. De kritiek sluit aan bij een groeiende mondigheid van de consument. Sinds haar oprichting in 1953, geeft de Consumentenbond daar vorm aan. Naast producten wordt daarbij ook reclame de maat genomen.




