Reclame
![]() |
![]() |
![]() |
Calvé
Calvé-Delft werd in 1883 te Delft opgericht als de Nederlandsche Oliefabriek (NOF) met de bedoeling om olie te produceren uit aardnoten. In 1897 fuseerde deze fabriek met het Franse bedrijf van de gebroeders Emmanuel en Georges Calvé tot 'Nederlandsche Oliefabrieken (NOF) Calvé-Delft'. Het bedrijf produceerde sindsdien sauzen, margarines en tomatenketchup. Calvé werd echter vooral bekend door de pindakaas, die het bedrijf vanaf 1948 produceerde. Ook wordt mayonaise vervaardigd. Op 9 oktober 2007 maakte Unilever bekend dat de Calvé fabriek in Delft in 2008 gaat sluiten. Vrijdag 23 mei 2008 rolden de laatste potjes pindakaas van de band. De sluiting van de fabriek vond plaats in het kader van een omvangrijke reorganisatie. De productie van pindakaas werd overgenomen door de Blue Band fabriek in Rotterdam, ten koste van zo'n 170 banen in Delft. De sauzen-productie werd verplaatst naar fabrieken in Spanje, Tsjechië en Duitsland. In Europa kennen we de pinda pas zo’n 500 jaar. Vroeger waren er ontdekkingsreizigers die met grote schepen over de oceaan op zoek gingen naar nieuwe landen. Zo ontdekten de Spanjaarden en Portugezen Zuid-Amerika. Daar vonden ze veel dingen die wij nog nooit gezien hadden en daar groeide ook de… pindaplant! De pindaplant wordt door de Inca indianen in Peru ‘ynchic’ genoemd. Dit spreek je uit als ‘intsjik’. In een ander gedeelte van Zuid-Amerika noemen ze de plant ‘mani’. 3000 jaar geleden aten de mensen in Zuid-Afrika al pinda’s. Hoe we dat weten? Er zijn onderzoekers die pinda’s in oude graven van indianen hebben gevonden. Die werden meegegeven voor de goden. Magellaen, een ontdekkingsreiziger uit Portugal ontdekte de pindaplant in Peru. Maar door al zijn gereis kwam de plant al snel in Azië terecht. Andere ontdekkingsreizigers brachten de plant helemaal naar de westkust van Afrika. Zoals je misschien wel weet werden er vroeger slaven uit Afrika gehaald om in Noord-Amerika op de plantage te werken. Deze slaven namen de pinda’s weer mee om te planten rond hun hutten. Al gauw kwamen de Noord-Amerikanen er achter dat er heel veel gezonde voedingsstoffen in de nootjes zaten. Daarom werd er toen al een soort pindakaas voorgeschreven aan zieke mensen en kleine kinderen. In de 17e eeuw kende eindelijk iedereen in Europa pinda´s. Al snel kreeg de pinda allerlei bijnamen. Klapperende noot bijvoorbeeld, omdat je de zaadjes hoort klapperen als je met de dop heen en weer schudt.



